Amerika 2010 deel 2

Dit is het 2e deel van onze belevenissen in Amerika. deel 1 lees je hier.

Maandag 14 juni:

Vandaag gaan we naar Arches National Park. Dit park staat bekend om de vele bijzondere rotsen, die in de vorm van bogen, door de jaren heen gevormd zijn door de natuur. Vandaar natuurlijk ook de naam.

Om 9:30 uur rijden we het park in, en nu staat er al een rij. Maar het schiet toch op en in het visitor center halen we nog een junior ranger boekje voor Tomar zodat hij ook hier weer een junior ranger kan worden. Ook dit is weer een erg mooi park:

Als eerste komen we bij Balance Rock, de naam spreekt voor zich:

Na een korte wandeling gaan we door naar de volgende stop: Double Arch. Ook hier zijn ze niet zo origineel geweest met het bedenken van namen:


Het is erg druk en we moeten de camper een beetje langs de kant van de weg parkeren, wat officieel niet mag en streng de hand aan wordt gehouden, zo staat er op de borden. We zien alleen geen enkele controle. De gemiddelde Nederlandse parkeerwachter zou hier de dag van zijn leven hebben, zoveel foutparkeerders staan hier.

Ondertussen slapen de kids en komen we aan bij Sanddune Arch. Omdat zowel Tomar als Senne een slechte dag hebben qua humeur willen we ze niet wakker maken en ga ik alleen kijken. Dit is een erg mooie boog, middenin de rotsen verscholen. Rondom ligt een hele berg zand.

Als ik terugkom bij de camper is Tomar wakker, en die wil samen met Evelien ook gaan kijken, dat doen ze dan maar.

Nog 1 mooi plekje:

Een moedige en sterke klimmer…

Wat is ‘ie lief hé?

Dan rijden we terug naar het visitor centre en krijgt Tomar na wat vragen zijn junior ranger badge. Omdat we moe zijn gaan we terug naar de camping.

Dinsdag 15 juni:

Vandaag gaan we naar Canyonlands National Park. Dit ligt min of meer naast Arches, dus rijden we bijna dezelfde weg, het is alleen een stukje verder. Canyonlands lijkt wel een beetje op een mini Grand Canyon. Maar daarom is het niet minder prachtig:

Het wordt eentonig, maar ook hier gaat Tomar voor de junior ranger badge. Het zijn wel veel opdrachten en vragen, maar met wat hulp van ons lukt het. Onderweg maken we weer mooie plaatjes:

Onderweg komen we nog een paar Nederlanders tegen waar we wat mee kletsen. Op de parkeerplaats ook nog een paar Amerikaanse Taiwanezen die in onze camper willen kijken. Het praatje wordt direct vertaald voor moeder, die over is uit Taiwan. Verder genieten we van het mooie uitzicht:

Omdat we het wel een beetje gezien hebben en de andere wandeltochten te lang zijn gaan we na het eten terug richting Moab. De jongens hebben hun goede humeur vandaag herwonnen en zijn stik lief. Onderweg vallen ze beide in slaap en worden pas wakker bij Hole ’n the Rock.

Hier is een curieuze verzameling van winke l+ dierentuin( tje) + souvenirshop + grotwoning. We eten eerst een megaijsje en gaan dan de dierentuin in. Het is erg warm, maar de jongens mogen de dieren zelf voeren dus dat is een spektakel. Maar ook eng, en Tomar durft niet alle dieren (ongev. 10 verschillende….) eten te geven. Het valt ons op dat de hekken hier veel steviger zijn dan de krokodillenfarm die we laatst bezochten. Dat zegt wat over de krokodillenfarm.

De souvernirshop is in de rots is gebouwd en is onderdeel van de grotwoning. Dit blijkt een droom te zijn van een stel en gedaan te zijn in 12 jaar. De   man en zijn vrouw werkte samen, waarbij geheel volgens de traditie, de man het sloopwerk heeft gedaan en de vrouw de rommel heeft opgeruimd. Slopen deed de man met behulp van dynamiet en handboren…..Het is een grote woning geworden met in het midden een aantal ondersteuningspilaren. Alles gelijkvloers natuurlijk, maar als je hoort dat ze dit met z’n tweeën hebben gedaan sta je toch te kijken. Ze hebben er ook een restaurant in gehad, met een zelfgemaakte frietpan uitgehakt in de rots. 5 jaar nadat het af was overleed de man aan een hartaanval, de vrouw heeft er nog 25 jaar gewoond. Ze maakte voor zichzelf nog een badkamer, waarbij de badkuip volledig uit e rots werd gehakt…De laatste jaren was ze ziekelijk en lag ze in haar eigen bed en zwaaide ze naar de mensen in de rondleiding. Het is nu nog steeds in de originele staat.

De rondleiding die wij krijgen wordt gedaan door een meisje wat duidelijk weinig zin heeft, op hoog tempo haar verhaal afraffelt en constant op haar horloge kijkt. En foto’s mogen er niet gemaakt worden. Maar het is wel leuk om eens te zien.

Daarna rijden we weer naar de camping. Naast de camping is overigens een veldje van het soort wat je wel vaker tegenkomt:

Opruimen is niet nodig als je veel ruimte hebt…

’s Avonds kijken we nog naar de reisplanning en besluiten we om niet via Salt Lake City te gaan, maar rechtstreeks, omhoog qua route, naar Grand Teton National Park. Dat halen we niet in 1 dag, dus boeken we een Koa camping in Vernal.

Woensdag 16 juni:

Vandaag een lange rit, zo’n 6 uur rijden volgens de TomTom. Google is het daar niet mee eens en denkt dat we er 4 uur en 20 min over doen.

Een beetje saaie rit vandaag. Eerst een stuk Scienic Byway, daarna een eind op de freeway/Interstate I70. Dat rijdt lekker door, er staat alleen een harde wind waardoor de camper flink aan het stuur trekt. Daarna komen door een vallei en over een bergpas, maar zo bijzonder vinden we het niet. Vrijwel het hele stuk is geen parkeerplaats te vinden, pas aan het eind is er een. We eten er een boterham en gaan weer door. Daarna komen er nog zeker 4 parkeerplaatsen, redelijk vlak na elkaar. Verdelen is blijkbaar een kunst.

In de vallei staat ook een vreemd gebouw met allerlei bruine buizen. Er staat nergens waarvoor of wat het is. In Rangely gaan we tanken en spreekt een local me aan waar we allemaal naar toe gaan. En hij blijkt te werken in het vreemde gebouw wat een gas compressiestation is voor de hele omgeving. Er blijkt hier gas en olie in de grond te zitten. Een eind voor Vernal rijden we door een beetje vreemd gebied. De grond is redelijk begroeid, maar de bergen kaal. Overal steken een soort kranen uit de grond, met kale cirkels erom heen. En er staan een stel ja-knikkers te pompen. Alles is zo bereikbaar zonder hekken oid. Blijkbaar verwachten ze hier geen criminaliteit of terroristen.

TomTom heeft het vaak bij het goede eind, maar vandaag heeft Google gelijk. Even na drie uur komen we op de camping.

We hebben geen zin in koken en even verderop zit een Mexicaans familie restaurant dus dat gaan we proberen. We vragen of het een beetje bereikbaar is met de camper omdat we denken dat het in de stad is. De vrouw achter de receptie van de camping zegt van niet en zegt dat we voor $5,- er heen kunnen met een taxi. Dat doen we.

Het is een aardig restaurant, prima bereikbaar per camper overigens, eindje buiten de stad en we krijgen een tafel in het midden. Senne trekt al gauw het glas om van Evelien, maar een refill is zo gedaan. Het is erg lekker (vraag niet precies hoe het heet) en het staat snel op tafel. Senne eet amper van zijn friet met kipnuggets  ( zou het gaan vervelen, 3x per week friet met kipnuggets???) Tomar eet aardig. Na een uurtje staan  weer buiten op de taxi te wachten ( da’s de Amerikaanse manier van uit eten gaan…) die er weer snel is en het blijkt dezelfde chauffeur te zijn die ons weer bij de camper afzet. ( vraag je je toch af…rijd er maar 1 taxi in Vernal??)

Het is ondertussen nog harder aan het waaien, het regent wat en af en toe vallen er takjes op de camper. De jongens doen mee met het weer en zijn erg druk. We verwachten het ergste, maar gelukkig slapen ze toch snel.

Even na 9 uur is de wind ineens over en is het rustig. Morgen rijden we naar Grand Teton National Park.

Donderdag 17 juni:

Opnieuw een lange rij-dag. Helaas een beetje saaie rit door lege vlaktes. Kale vlaktes. Grote vlaktes. Hele hoge vlaktes. Winderige vlaktes. Het is er koud en er is eigenlijk niets. ( een beetje nederlandse project ontwikkelaar zou er moord voor doen, zoveel ruimte….)

We stoppen voor een tankbeurt en postzegels in het door, een waarschijnlijk vergeten Nederlander, gestichte plaatsje Dutch John.

De lunch doen we in een “gezellig” truckerscafe aan de snelweg.

Senne wil een hot-dog zonder broodje, wij nemen er een mét, en een bak typisch Amerikaanse (lees: smerige) koffie en mierzoete thee.

Hoe dichter we bij Grand Teton National Park komen, hoe beter we de besneeuwde bergtoppen kunnen zien.

Het wordt ineens groener en er staan naaldbomen. We rijden door een schitterende vallei met naast ons de snelstromende Hoback River. We doen nog wat inkopen in Pinedale. Je kunt zien dat het leven hier zwaar is aan de vuile auto’s en de kleren die de mensen dragen. Ook de gebouwen laten zien dat het lange winters en korte hete zomers zijn. We komen aan in Jackson, bijna onze bestemming. Enorm druk en toeristisch. En regenachtig.

Het is ook de doorgaande weg naar Yellowstone National Park. Omdat het al bijna 5 uur is rijden we door naar Gros Ventre Campground, dat ligt een half uurtje van Jackson. Het is een zgn park camping en dat betekend dat er geen voorzieningen zijn behalve een wc ( model gevangeniswezen…). En vorige week maandag is er nog een beer gezien zegt de campingbeheerder, dus word je overal gewaarschuwd.

Onze camper is gelukkig voorzien van alle gemakken zoals een douche, wc, keuken én een aggregaat zodat we de slide-out naar buiten kunnen doen en koffie zetten en brood roosteren. Het ding maakt alleen wat lawaai.

Onze kampeerplek is gelegen onder het nest van een zeldzame uil.

Het is zelfs afgezet met lint alsof er een moord is gepleegd en vanuit het hele land komen er vogelaars met enorme lenzen de uil op de foto zetten.

Regelmatig komen er mensen bij en dit gaat door tot het donker is. De volgende morgen als we rond 7e opstaan, staan ze er alweer ( of nog….)

De jongens krijgen na het eten

nog een bekertje cola en een ijsje wat volledig bestaat uit kunstmatige smaak, geur en kleurstoffen. Want daar slapen ze zo lekker van…..

Vrijdag 18 juni:

De jongens hebben goed geslapen dankzij de kachel die de hele nacht heeft gebrand en we zijn pas om kwart voor 8 wakker. Het uitzicht vanaf de camping is ook hier schitterend.

Omdat Senne zijn loopoor alleen maar erger wordt willen we eerst even naar de dokter en dan Jackson bekijken. Maar het loopt erg uit bij de dokter (voornamelijk door wachten). Wat ze in Nederland in 10 min doen, kost hier een uur en 2 personen.

Daarna nog medicijnen halen dus ook weer wachten. Nog even betalen (slechts $99,- voor het consult en $240,- voor druppels en een flesje antibiotica…) en Senne kan er weer tegen.

Ondertussen is het half 12 en zijn we het dusdanig beu dat we besluiten om Jackson te laten voor wat het is en na een broodje gelijk een mooie route te gaan rijden langs de Teton bergen. Dit is een hele mooie route en we stoppen een aantal keer voor foto’s en de jongens los te laten.

Vind je niet dat hij enig bij mijn t-shirt kleurt?

Met dit bootje is de ontwikkeling van Jackson Hole en de verdere omgeving in een stroomversnelling gekomen. Het was de 1e veerpont op de Snake River

Dit is de Teton gletscher.

Half in de middag rijden we nog langs het Jenny lake en hebben we een schitterend uitzicht:

Daarna gaan we door naar Colter Bay Campground. Een erg mooie camping middenin de bossen. Opnieuw krijgen we uitleg over beer-veilig kamperen en een mooie plek, weer zonder voorzieningen. Het blijkt sinds mei alleen maar slecht weer te zijn geweest, maar wij hebben geluk met een stralend blauwe lucht en lekkere temperaturen. ‘s avonds stoken we nog een vuurtje.

Zaterdag 19 juni:

We gaan door naar Yellowstone National Park. Dat het hier nog niet echt warm is geweest is te zien: er ligt nog sneeuw langs de weg!

20 jaar geleden is er een enorme bosbrand geweest in Yellowstone. Dat zie je bijna overal terug.

Het is toch wel vermoeiend, al die nieuwe dingen zien. Volgens Tomar slaapt hij niet in de camper…

Zo kunnen wij even rustig eten!

In Yellowstone wemelt het van de geysers, mudpots, kookpoelen en vulcanische activiteiten

De bijzondere kleuren komen door bacteriën.

Je zou er bijna in willen springen…

Ok, er hangt een rotte eierenlucht, maar dit is overdreven…

We hadden geluk, want de geyser Old Faithfull hield zich (zoals altijd) aan zijn schema en ging spuiten:

De Old Faithfull Inn, het grootste houten gebouw ter wereld, moet je van binnen hebben gezien volgens de gids. Da’s waar…

Verder naar nog wat mooie geysers:

Nog even een korte (om) rit voor een mooie waterval:

Om door te rijden naar Madison Campground, de 1e camping middenin Yellowstone. Ook hier weer de waarschuwing voor wilde dieren. Niet voor niets want als we even een stukje lopen:

Staat er aan de overkant van een ondiepe rivier een kudde bizons

Moeder en zoon grazen rustig maar gestaag richting de camping, dus we gaan toch maar een beetje terug….

Toch leuk dat één worden met de natuur, maar soms zou je toch willen dat er iets meer van een hek zat tussen jou en de natuur…….

Zondag 20 juni:

Door naar de volgende stops en bezienswaardigheden in Yellowstone, Norris Basins.

Ook hier weer vele geysers. En die stinken een beetje….

Senne wil even voelen of het erg warm is…(of hij voelt vibraties die wij niet voelen…)

En speciaal voor Thijs:

Onderweg lopen er nog wat bizons langs de weg:

Gelukkig sukkelden ze braaf verder toen we langsreden.

Maandag 21 juni:

Vandaag gaan we van Yellowstone naar Cody, maar voor het zover is.. eerst opstaan.

Tomar en Senne slapen in het zgn. bunkbed. Eerst sliepen wij daar ivm de veiligheid, maar na 1 nacht waren we daarvan bekomen. Het lag zo hard!! Gewoon een plank met een laagje schuim. Tevens is er geen laddertje, dus je moet via de stoelleuning naar beneden en boven. Dit gaat nog wel zolang je wakker bent, maar als je dat ’s nachts, slaapdronken moet doen….dan wordt het risico van misstappen iets groter.

Dus dag 2 lagen Tomar en Senne er. Die moeten ’s nachts niet naar de wc, Senne ligt dichtgeritst in zijn Deryan bedje en Tomar klimt vlot naar boven en beneden. Met z’n 2e hebben ze er de grootste pret en ze vinden het maar wat spannend dat ze zo hoog liggen.

Na het ontbijt op naar Cody waarbij we nog even de mooiste watervallen van Yellowstone aandeden, de Upper en Lower falls. De Lower falls zijn 2 keer zo hoog dan de watervallen van Niagara.

Hier gezien vanaf The Grand Canyon of Yellowstone.

Onderweg kwamen we een van de andere diersoorten tegen die Yellowstone bewonen en deze keer eens geen Bizon maar een ELK (= het engelse woord, we zijn niet zeker van het nederlandse….een Edelhert???)

Machtig toch???? Dit zijn weer de Lower Falls, nu zijn we op Artist Point.

Het bewijs dat we er geweest zijn en jullie niet zomaar wat internetplaatjes toesturen……..

Nog wat winterse sfeer impressies……..

We verlaten Yellowstone via de East Entrance. Een hele mooie rit. Deze weg is gesloten van begin november tot begin mei. Kun je nagaan wat voor winters ze hier hebben.

Ook hier zien we weer hele stukken die verbrand zijn tijdens de grote brand van 1988.

De Sylvan Pass ligt op 2600 meter en bied een schitterend uitzicht.

Ook Tomar en Senne waren weer hevig onder de indruk van de omgeving waar ze doorheen reden…..

Zodra je Yellowstone verlaten hebt, veranderd het landschap van mooi groen en begroeid naar:

En toen reden wij het “wilde westen”binnen……

De staat Wyoming is als laatste bij de Verenigde Staten aangesloten. Dat kwam door de oorlogen met de verschillende Indianen stammen, maar ook door het ruige terrein en de strenge winters. Op de camping in Cody verteld een medewerker dat er begin mei dit jaar nog 30cm sneeuw lag!

Reizen maakt hongerig, dus bij de Walmart een stukje vlees halen en  op de camping even het halve varken op de BBQ gegooid ( we hebben er nog 3 dagen van gegeten….. en nee, spare ribs kan je hier niet kleiner krijgen!!) Het stukje brood wat er naast ligt is een flinke snee knoflook brood, even ter vergelijking…

Dinsdag 22 juni.

We bezoeken ’s morgens “old trail town” een soort openluchtmuseum van allerlei logcabins van het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw. Eens hebben de dorpjes in deze regio er zo uitgezien…. De pioniers die hier aankwamen bouwden deze huizen van boomstammen uit de buurt en de meeste, zo niet alle, zijn ondertussen vervangen door stenen gebouwen.

De plek waar dit museum staat is de oorspronkelijke plek waar ooit Cody is gesticht. Aan straten deden ze nog niet, ze zetten de huizen langs het karrenspoor en dan had je een stadje.

Zo zijn trouwens de meeste stadjes hier: een main street (doorgaand verkeer, 4 baans, 50 km per uur…) waar vrijwel alle winkels en restaurantjes zitten , vooraf gegaan door een industriegebied wat heel ruim is opgezet, met vaak ook stukken land waar zomaar wat neergegooid is. Best handig, want als toerist weet je gelijk wat er allemaal in het stadje is. ( gezellig is anders….)

Maar van rondwegen hebben ze hier nog nooit gehoord, net als rotondes. In de USA today stond toevallig een artikel over rotondes en dat ze die hier ook langzamerhand willen gaan gebruiken. Nu zijn de kruisingen hier met 4 stopborden en diegene die het eerst komt, mag ook als eerste weer doorrijden. Erg lastig en vaak rijden we maar op goed geluk door, als iedereen blijft staan.

Dit is de logcabin waarin Butch Cassidy en the Sundance Kid ( jawel, ze hebben echt bestaan) de plannen voor hun berovingen smeedden…….

Speciaal voor Thijs…..de tour gaat voort…….

De heren vertonen hun muzikale talent in een ouwe saloon.

Men had ook nog een stapeltje geweien liggen……

Om het “echte”wild west gevoel te krijgen gaan we ‘s avonds naar een shoot out voor het Irma hotel,

wat gebouwd is door Buffalo Bill.

Dat duurt even hier. Allereerst komt er een verhaal over de sponsoren. Daarna een demonstratie voor de kinderen wat er gebeurt als je op een blikje schiet met een echt pistool en een les wat je moet doen als je een pistool vind. Alle kinderen zeggen het na. Ja, dit is het wilde westen en vroeger regelden ze hun zaakjes met een pistool en dat is er nog lang niet uit hier. Daarna een gebed voor de Amerikaanse helden in Irak en Afghanistan, gevolgd door het volkslied waarbij iedereen met een hoed deze voor zijn/haar hart houdt en meezingt. Dan is het eindelijk tijd voor het schieten.

Door het knauwende Amerikaans wat ze spreken en een verdraait slechte geluidinstallatie kunnen we de teksten niet volgen, maar het verhaal is zo’n beetje… Klein stadje krijgt slechte boeven op bezoek, boeven beroven bank en saloon, men pikt het niet er wordt over en weer geschoten, alle boeven dood….einde verhaal.

Oh, en Buffalo Bill de stichter van Cody en Calamity Jane, Butch Cassidy en de Sundance Kid etc. deden in het verhaal mee.

De knallen waren toch wel erg hard…

Nog een laatste schot voor hij dood neervalt in de drinkbak van de paarden…

We hadden nog wel even wat uit te leggen aan Tomar want het zag er allemaal echt uit, die lijken op straat. Het kostte flink wat moeite om hem te overtuigen dat het niet echt is en dat ze maar deden alsof.

Helemaal vertrouwen doet hij het nog niet, en dat terwijl hij maar bleef zeuren wanneer ze begonnen te schieten…

Dan is het tijd voor:

De Cody Nite Rodeo. Cody is de rodeohoofdstad van de wereld, en dat mag je best weten vinden ze. Ze hebben hier vanaf 1 juni tot eind augustus iedere avond een rodeo. Het begint hetzelfde als bij de shootout, dus een lange intro, nog langer dan bij de shootout, want hier moet er ook gebeden worden voor een goede afloop. Het is nl nogal link, rodeo rijden…

Hieronder zie je een cowboy saddle bronc riding. Dit is klassiek rodeo en is ontstaan door de manier waarop cowboys wilde paarden temden. Zadel erop en gaan met die banaan!! Jiehaa!!

Na het ‘uitzitten” van de volle 8 seconden op een bokkend paard stapt de cowboy over op het paard van de “pick up men”. Deze mannen moeten er voor zorgen dat de cowboy veilig van het paard afkomt en dat het paard daarna veilig de arena uitkomt. En die paarden de ze berijden zijn geen lieverdjes en laten zich niet zo makkelijk pakken. Zelfs nadat de cowboy van het paard is ( vrijwillig of onvrijwillig) loopt het beest nog te bokken door de arena.

Calf roping. Opzet is eenvoudig: geef het kalf 10 sec. voorsprong en probeer het dan zo snel mogelijk met een lasso te vangen. Tsjonge….wat kunnen die beestjes rennen. En voor de dierliefhebbers onder ons, zodra de strop om de nek van het kalf zit laten ze het touw los…dus zo’n beestje wordt nooit in volle vaart tegen gehouden……

Aan het eind van de avond gaat het flink onweren en in de stromende regen en donker rijden we naar de camping. Het blijkt dat het licht op de camper “voor verbetering vatbaar” is, want de strepen op de weg en de weg zelf is amper te zien.

Woensdag 23 juni:

We rijden vandaan van Cody naar Casper. Onderweg komen we langs Meeteetse en we vragen ons af hoe je dat uitspreekt. Tussen de middag stoppen we bij het Wyoming Dinosaur museum in Thermopolis. Hier staan levensgrote skeletten van allerlei dino’s opgesteld en ze hebben een grote verzameling fossielen. Tomar wordt wild als we het parkeerterrein oprijden. Hij rent door de hal heen en heeft na 10 min alles gezien en gaat samen met Senne spelen in een speelauto…
We eten in de camper en gaan weer verder naar Casper. We rijden door een prachtige vallei met een snelstromende rivier en een spoorbaan. Het lijkt wel of we door een modelspoorbaan decor rijden. Aan het einde is een stuwdam, dit keer zonder visitorcentrum, en rijden we weer de groote leegte binnen. Dat gaat 2 uur door en dan zijn we in Casper. Zoals ik al op de rvparkreviews.com website heb gelezen valt het niet mee om de camping te vinden als je vanaf het westen komt. Maar na wat zoeken komen we toch op de camping. We hebben geen zin om te koken en we vinden via het netbookje een plaatselijke Domino’s en we bestellen 2 pizza’s. Via de website en mail wordt je op de hoogte gehouden en zien we dat Tony hem maakt en wanneer hij in de oven geschoven is. Gary gaat hem naar de camping brengen en even later zitten we ze op te eten.

Het is wel een beetje lawaaiige camping want hij ligt naast een oprit van de Interstate en om half 4 ‘s nachts komt er luid toeterend een goederentrein langs aan de andere kant van de camping. Maar verder is het prima en de snelste internetverbinding van alle campings en zo kan ik nog een heleboel foto’s naar huis uploaden.

Donderdag 24 juni:

Er staat weer een lange rit op de lijst, van Casper naar Jellystone’s Yogi Bear Campground in de Rocky Mountains. Het plaatsje Estes Park welteverstaan. We zijn vroeg wakker want om 7 uur komt er weer een toetertrein langs. Nog weer eens tanken en we kunnen op weg naar Estes Park. Een saaie rit, maar bijna volledig via de Interstate 25, dus dat betekend door kachelen. Onze camper heeft een 5.7 liter V10 onder de motorkap. Dat is niet niks zou je denken, maar als je weet dat het totaalgewicht 6000Kg (en gewoon met rijbewijs B te rijden) is kun je nagaan dat het geen snelheidsmonster is. Dat hoeft ook niet want je bent op vakantie. Maar bij het minste stukje vals plat trekt de motor het al niet meer en om op snelheid te blijven moet de automaat terugschakelen. Dan rij je dus met een loeiende motor verder en pas als je een beetje vals plat naar beneden rijdt, schakelt hij weer op.

De benzine kost hier omgerekend $3,- per gallon, dat is €0,65 p.ltr. Dat lijkt mooi, maar door het voornamelijk vierkante ontwerp van de camper, de grote motor rijd deze volgens de fabriek 1 op 3. Een rit zoals van Casper naar Estes Park (ongev. 245 mile)  betekend dus ’s morgens tanken, en onderweg bij Cheyenne (is na 178 mile) nog een keer want dan is de tank weer half leeg en heb je 25 gallon (95 liter) weggereden. Je ziet de meter dus bijna letterlijk zakken.

Als we bijna bij de afslag op de Interstate zijn is de TomTom op mijn telefoon de weg kwijt en denkt dat we in het weiland naast de weg rijden. De telefoon is ook kokend heet, dus ik zet hem uit en rijden we op de ouderwetse kaart verder. Het komt ook niet helemaal goed, want het adres van de camping klopt voor geen meter en we rijden Estes Park door en komen bij de ingang van Rocky Mountains National Park. Dan maar even vragen en we blijken helemaal aan de andere kant van Estes Park te moeten zijn. Uiteindelijk vinden we de camping en krijgen we een mooie plek.

Na het eten is als toetje niks zo lekker als geroosterde marshmellows… Ze hebben hier in Amerika zelfs speciale lange stokjes om die dingen boven een vuur te roosteren.

En oh ja, ze vatten snel vlam en dan heb je een gecremeerde marshmellow ( die trouwens ook best lekker is…..)

Geloof het of niet, ondanks zijn gezicht at hij even later deze ietwat zwarte marshmellow op…..

En als ze goed geroosterd zijn, zijn ze zo heel lekker kleverig…. Krijg je nooit niet van je vingers af.

En ook met kleverige vingertjes kan 50 Senne het…..

Even Yogi knuffelen…

Vrijdag 25 juni:

We gaan naar Estes Park om daar het stadje te verkennen via de Riverwalk.

Onderweg een bakje koffie bij de Starbucks en later nog wat spelen in een speeltuintje. Evelien koopt nog een paar laarzen en ik een t-shirt, Het is erg warm en we lopen een ijszaak binnen en de dames smelten van Tomar en Senne. “They are soo cute!!!” We nemen een zgn float. Dat is een beker cola of rootbeer met daarin een flinke bonk roomijs naar keuze. Het klinkt smerig maar het is best lekker en zo kom je weer eens aan wat suiker…. Wij nemen trouwens de float met cola, want op onze vorige Amerika trip in 2003 ontdekten we dat rootbeer smaakt naar tijgerbalsem. Echt smerig dus!!!

‘s middags op de camping zien we een bosbrand in de Rocky Mountains.

Het blijkt gelukkig in een afgelegen deel van het park te zijn. Een brandweerploeg is een halve dag aan het lopen om de brandhaard te bereiken. De kids spelen lekker op de camping:

Daar wordt je wel een beetje vies van…

Kom mee Senne…

Wij hebben even rust en dan komen er andere gasten even kijken….

Hallo?

Even spelen hoor…vroemmmm!!

Zaterdag 26 juni:

Naar de Rocky Mountains! Het blijkt zo druk te zijn dat je met een shuttlebus verder naar de bezienswaardigheden moet rijden. Het is erg druk maar er rijden veel bussen, dus zijn we toch snel bij Glacier Basin. Van daar lopen we naar de Alberta Falls. Een pittige hike, want die liggen op 2816m en dat merk je goed. Maar het is een mooie tocht en we komen langs verschillende watervallen.

Ook Tomar loopt de hele tocht, een beekje moet natuurlijk door gelopen worden.

Even een hapje na de lange klimtocht

Dit zijn de Alberta Falls:

Senne had het prima naar zijn zin, ook in de rugdrager:

Daarna lopen de we de trail naar Bear Lake. Erg zwaar want deze gaat alleen maar omhoog. Het gaat steeds meer rommelen en we gaan terug met de bus en onderweg zien we verschillende bliksems in de lucht. Op de camping gaat het zelfs hagelen!

Maar het duurt maar even en het is snel weer mooi.

Zondag 27 juni.

Gisteren hebben we de camper al een eind opgeruimd, en daar gaan we vandaag mee verder.

Maar eerst nog naar Estes Park om met een kabelbaan naar een bergtop te gaan. Bovenop rent er een hele kudde Squirls rond, die gek zijn op pinda’s in de dop. Die verkopen ze natuurlijk in de souvernirshop. De beestjes zijn zo mak dat ze de nootjes uit je hand trekken en dan lekker oppeuzelen.

Jullie ook een nootje??

’s middags bezoeken we nog een Scandinavische markt. Daarna terug naar de camping om verder op te ruimen.

Het zit er bijna op. Morgen moet de camper terug en dan nog een nachtje in het Hyatt Place hotel in Denver en de vlucht naar huis.

Maandag 28 juni:

Vroeg op en vlot alles inpakken! Om half 10 zijn we in Denver, nemen nét de verkeerde afslag en de Tomtom is ook de weg kwijt. Maar gelukkig vinden we nog de Walmart voor een nieuwe waterketel die we hebben laten vallen, en een dunschiller (wist niet dat ze die in Amerika ook hebben, alles is toch dik gesneden?). Daarna snel naar een pomp om de tank te vullen en de camper inleveren. Met een beetje sukkelen vinden we Roadbear en kunnen we na 2491 mile (en we hadden 2500 miles ingekocht!) de camper, gelukkig schadevrij, inleveren. Helaas is kunnen we pas om half 12 met de shuttlebus weggebracht worden, die dan ook nog via het vliegveld moet. Om half 2 zijn we pas in het hotel, Senne sliep gelukkig in de bus. Met een stadbus gaan we nog naar het Northfield shopping Mall. Het is heel rustig daar, en we vragen ons af hoe ze hier wat verdienen. In een café eten we en gaan met een taxi weer naar het hotel.

Dinsdag 29 juni:

Om 10 uur met de aiportshuttle zijn we redelijk snel op Denver Airport. Het blijkt bij het afgeven van de koffers dat ze te zwaar zijn. Maar we zijn met z’n vieren en hebben drie koffers, dus dat lijkt me geen probleem. De vriendelijke man zegt dat we beter alles in 1 koffer kunnen stoppen, dan hoef je maar voor 1 koffer overgewicht te betalen, á $150,-. Dat doen we dus niet en Evelien haalt bij een koffer en tassenwinkel een tas voor $15,- en daar gaan de zware dingen in. Nu mag het wel in het vliegtuig zonder bijbetalen.

De vlucht naar Minneapolis loopt soepel en op het vliegveld eten we nog wat. Bij het vertrekken blijkt er een klep in de motor stuk en moeten we terg naar de gate. gelukkig is het snel gerepareerd en kunnen we met een uur vertraging de lucht in. De jongens slapen goed, maar ik niet en kom brak aan. Het personeel is een stuk minder dan op de heenvlucht en als je niet oplet krijg je niets. Als je dan vraagt om thee zegt de man dat hij daarnet mee is langsgekomen, en de bak thee komt ook niet meer.

Woensdag 30 juni:

Om kwart voor 12 geland en na een cappucino ga ik toch niet naar huis rijden, want ik ben erg brak. Central Parking brengt de auto voor de aankomsthal en we kunnen zo wegrijden. Om half 4 zijn we eindelijk thuis…..